Selecteer een pagina

President Kennedy achterin de limousine naast zijn vrouw Jacky, een fractie voor het eerste schot klinkt.

De moord op president Kennedy is al 55 jaar geleden, maar de discussies over de aanslag zijn, zeker in de VS, nog altijd niet verstomd. De tijd stond overal stil op 22 november 1963, toen Kennedy op Dealey Plaza in Dallas werd getroffen door twee kogels. Een in zijn rug en een, de dodelijke, in het hoofd. Iedereen, die toen oud genoeg was om het drama te bevatten, kan zich nu, na 55 jaar, nog altijd veel details van die dag/avond herinneren. Ook de jonge Bosschenaren van die tijd. Wij vroegen bekende Bosschenaren als Coen Free (†), Jan Verhoeven, Frans van Gaal en Frits Bekker naar hun gevoel bij dat enorme drama.

De vraag ‘Waar was jij toen bekend werd, dat President Kennedy was vermoord?’ heeft intussen een baard van meer dan vijftig jaar, maar creëert wel een dubbel gevoel. Die van een uitgekauwd en flauw cliché, maar ook een, die aan het denken zet. Vreemd genoeg werkt het Kennedy-drama van 1963 namelijk als een soort tijdmachine in je herinneringen. Was je toen zes jaar of ouder, dan ken je vermoedelijk nog de details van het moment waarop het nieuws jou bereikte.

Nauwelijks nieuws via TV
Het communicatietijdperk moet in 1963 nog beginnen. Internet is dertig jaar ver weg. Twitter dik veertig jaar. Televisie is in amper de helft van de Nederlandse huishoudens aanwezig en de paar actualiteitenprogramma’s die er zijn, staan nog in de kinderschoenen. De meeste Nederlanders kunnen bovendien maar een zender ontvangen, de enige Nederlandse. In Den Bosch bestond wel de mogelijkheid om met een versterkte antenne een Duitse en een Belgische zender -vol sneeuw- op het scherm te toveren. Maar die drie zenders bakken er die avond van 22 november helemaal niks van. Er is geen noodscenario, geen redactie en vooral geen organisatie. Het nieuws komt fragmentarisch en met lange pauzes.

Coen Free

Coen Free: ‘Ik stond op het kruis in Dealey Plaza’
Enkele jaren geleden sprak ik Coen Free (1945) over de Kennedy-moord. De geestelijke vader van het Koning Willem 1 College is helaas in april 2017 overleden. Coen stond bekend als de onderwijsgoeroe van de stad. Ten tijde van de moord op Kennedy droomde hij van een carrière als profvoetballer. Free maakte deel uit van de betaalde jeugdselectie van Wilhelmina, toen spelend op De Wolfsdonken en actief in de tweede divisie van het betaalde voetbal.

“De momenten nadat het nieuws bekend werd, staan me nog goed voor de geest. Ik had net een training gehad met de betaalde jeugdselectie van Wilhelmina. We moesten zaterdag tegen Fortuna’54. Na de training werd het in de kantine bekend. Er was niet zozeer verslagenheid, maar wel verbazing in de trant van ‘Wat gebeurt er nu?’ We waren allemaal gasten van 16 tot 18 jaar, maar we beseften wel terdege, dat de impact enorm was.”

“Na de training reed ik met onze trainer Ab Schrover naar huis. Op de fiets zoals dat toen nog ging. We hadden het natuurlijk over de moord. De details kan ik me nog prima herinneren. Het effect van die hele gebeurtenis was in 2001 bij 9-11 eigenlijk identiek. De details branden in je geheugen en ook toen was het ongeloof enorm.”

“Twee jaar geleden was ik in Dallas voor een conferentie waar ik zelf een presentatie moest geven. Toen ben ik ook naar Dealey Plaza geweest. Ik ben in het schoolboeken-pakhuis geweest van waaruit Oswald zou hebben geschoten en ik heb op het kruis op de weg gestaan waar het fatale schot Kennedy raakte. Ik heb alles in me opgenomen en dat bezoek heeft een enorm diepe indruk gemaakt. Het gevoel van een heilige bedevaart.”

“Ik geloof niet in een complot-theorie. Toen ik in het museum in het schoolboekenpakhuis was, had ik dat gevoel al, maar dat werd nog versterkt. Ik had het boek Killing Kennedy (onlangs ook in het Nederlands verschenen) gelezen. Daarin wordt de theorie verdedigd, dat Oswald het alleen heeft gedaan. Ik ben geneigd die conclusie te volgen.”

‘Extra Journaal’
Het nieuws sijpelde op de vroege avond van 22 november 1963 in provinciestad Den Bosch vooral door via mond-op-mond contact. Er waren ook maar weinig mensen met telefoon. Buren brachten elkaar op de hoogte en vreemden hielden elkaar op straat aan. Een enkeling keek televisie en schrok zich rot toen er voor het eerst in de Nederlandse tv-historie een beeld verscheen van een ‘Extra Journaal’ en een duidelijk aangedane en hevig transpirerende nieuwslezer Fred Emmer kwam vertellen, dat er een aanslag was gepleegd op de populaire Amerikaanse president Kennedy.

Ik was toen zelf zeven jaar en zat al de hele dag in de zenuwen, omdat ik van mijn moeder ‘s avonds voor de eerste keer mocht opblijven om de populaire Western-serie Bonanza te zien. Om half zeven ging ik even met mijn moeder naar de altijd tot laat geopende buurtwinkel/sigarettenzaak van de winkelgalerij aan de Van Veldekekade waar wij boven woonden en waar mijn ouders ook een kledingzaak hadden. Onderweg naar huis werden we door een ons volstrekt onbekende man aangesproken die zei: “Mevrouw, ga maar snel naar huis want ze hebben Kennedy doodgeschoten. Er komt een wereldoorlog.”

Frits Bekker

Frits Bekker: ‘We waren vooral bang dat de dienstplicht verlengd zou worden’
Frits Bekker (1943) is oud-financieel directeur van Theater aan de Parade en thans onder andere nog actief bij meerdere culturele organisaties (Echt Bosch Tejater en Stichting Musical Den Bosch 800). Weliswaar geboren in Oosterhout woonde hij toen al jaren in ‘s-Hertogenbosch. Maar tijdens de moord op Kennedy vervulde Bekker zijn militaire dienstplicht bij het Korps Verbindingen in Scheveningen.

“Ik werkte in de catering tijdens mijn militaire dienstplicht, destijds achttien maanden. We stonden nog in de keuken toen het nieuws bekend werd. Wat ik me er vooral van herinner is, dat we met meerdere jongens bang waren dat het onze dienstplicht zou verlengen. We waren op het punt van afzwaaien en hadden angst dat er nieuwe spanningen zouden ontstaan met gevolgen voor onze tijd in het leger.”

“We realiseerden ons natuurlijk ook, dat dit een groot drama was. Maar verder was de impact voor ons niet zo enorm. We waren merendeels jongens uit de provincie die in de grote stad Den Haag het leven leerden kennen. We werden daar in korte tijd van jongen een man. Daar hadden we het te druk mee om lang stil te blijven staan bij de gebeurtenissen. Al kan ik me wel herinneren, dat we die avond verlegen zaten om meer informatie. Maar die was er niet en kwam niet. Inderdaad kan ik nog veel details van die avond voor de geest halen. Net als met de aanslag op de Twin Towers in 2001. Een gebeurtenis met zoveel impact legt heel veel vast in je geheugen.”
“Ik geloof niet in een complot. Ik denk echt, dat Oswald het alleen heeft gedaan, maar het waarom zal wel altijd een groot raadsel blijven.”

 

Verslagenheid op straat
De verslagenheid op straat in ‘s-Hertogenbosch was groot. Mensen kwamen huilend naar buiten en klampten elkaar vast. Later realiseerde ik me, dat de Cubacrisis van een jaar eerder, toen de wereld op de rand van een kernoorlog balanceerde, er flink de schrik had ingejaagd. Mijn moeder had ook direct tranen in haar ogen en wilde zo snel mogelijk naar huis. Mijn vader was in het buitenland, op zoek naar nieuw werk want de kledingzaak liep voor geen meter.

Ondanks mijn zeven jaar realiseerde ik me goed, dat er iets vreselijks was gebeurd. De naam van Kennedy viel toen dagelijks en het enorme charisma van de man had ook heel Nederland, jong en oud, in de greep. Maar het ging niet zover, dat daarvoor dan mijn gewenste televisie-avond met Adam, Hoss en Little Joe van Bonanza maar direct moest wijken. Al die Extra Journaals waarin toch niks werd gezegd, konden me gestolen worden. Bovendien was er aanvankelijk geen sprake van, dat Kennedy was overleden. Eigenlijk kwam er lange tijd helemaal geen nieuws uit Dallas.

Frans van Gaal

Frans van Gaal: ‘Zaterdag op weg naar school’
Frans van Gaal (1948) is socioloog, historicus, auteur en oud-facilitator aan het Koning Willem 1 College. Hij was 14 jaar toen Kennedy werd vermoord, dus maakte het heel bewust mee. Bij hem drong het nieuws pas zaterdagochtend door. Vrijdagavond bracht de familie Van Gaal vermoedelijk in alle rust door, zonder enige kennis van de gebeurtenissen in Dallas.

“Ik herinner me meer van overdag, de zaterdag erna, dan van vrijdagavond. Om de een of andere reden is het hele gebeuren op vrijdagavond aan mij voorbij gegaan. Mijn beste herinnering aan het Kennedy-drama is dat ik op zaterdagochtend van de Muntel naar het Sint-Jans-lyceum fietste met een vriendje en dat we het over de moord hadden. We lazen het allebei in de krant en ik ben er van overtuigd, dat ik op dat moment voor het eerst van de aanslag hoorde. Ik weet nog goed, dat ik op weg naar school mijn grote angst voor een wereldoorlog uitsprak.”

“Waarom en hoe het op vrijdagavond aan mij voorbij is gegaan, weet ik niet meer. Misschien was de televisie kapot, want dat was nogal eens het geval. Misschien heb ik het toen wel gehoord, maar maakte het toch minder indruk op me waardoor dat eerste moment niet is blijven hangen. Want ik weet ook, dat de Cubacrisis van 1962 op mij een grotere impact had, dan het Kennedy-drama. Ik kan me nog de stress van thuis herinneren en het hamsteren. De grote angst bij de mensen en de angst bij mijzelf voor een oorlog tussen Amerika en Rusland. We zaten met samengeknepen billen naar de radio te luisteren. Dat laatste gevoel kwam wel weer terug toen Kennedy werd vermoord. ‘Zouden de Russen het hebben gedaan?’ vroeg ik me af.”

Wat is jouw theorie over de aanslag? “Ik ben geen man die overal complot-theorieën ziet en dat gevoel heb ik ook bij het Kennedy-drama, maar ik kan me ook niet voorstellen, dat er niet meer achter zat dan die ene gek. Toen niet en nu nog steeds niet.”

Kettingreactie
Het cliché klopt wel. Onze geïnterviewden lepelen moeiteloos details op uit hun herinneringen van 22 en 23 november 1963. Ook ik kan me nog meerdere details van die avond herinneren. Zelfs dat ik zei te hopen dat er snel nieuws zou komen dat het allemaal goed was, want Bonanza kon niet wachten. Ik zie ook nog de tranen in de ogen van nieuwslezer Fred Emmer, die in het zoveelste Extra Journaal kwam vertellen, dat President Kennedy intussen was overleden. En dat zorgde direct voor een kettingreactie. Ik heb mijn moeder zelfs bij de dood van mijn vader, tien jaar later na een ziekbed van anderhalf jaar, niet zo ongeremd zien huilen als toen met Kennedy.

Maar Bonanza kwam die avond niet meer aan bod en dat zat me nog dagen lang dwars. Maar ook volgde ik de dagen na de moord het nieuws. Ik verslond de krant en herinner me nog een citaat van Jack Ruby, de man die twee dagen later Oswald dood schoot, in het Brabants Dagblad. ‘Ik deed het voor Jacky Kennedy’.

Jan Verhoeven

Jan Verhoeven: ‘Ik hoorde in bed opwinding beneden’
Jan Verhoeen (1953) is de bekendste (sport-)fysiotherapeut van ‘s-Hertogenbosch en nu naast zijn fystiotherapiepraktijk een fanatiek (sport-)fotograaf. Meer dan 25 jaar begeleidde hij de basketballers van EBBC en de nationale ploeg. Jan was in 1963 tien jaar. Het nieuws drong pas laat door tot de familie Verhoeven in Orthen, maar maakte op hem een onuitwisbare indruk.

“Ik lag al op bed en hoorde wat opwinding beneden. Ik ging natuurlijk kijken en toen was duidelijk dat Kennedy was vermoord. Wij hadden in 1963 nog geen televisie, dus drong het nieuws bij ons pas later op de avond door. Ik weet niet hoe. Vaag staat me iets bij dat er iemand aanbelde. We hebben er even over gesproken, maar ik ging weer snel naar bed. Want het was al laat en ik was pas tien jaar.”

“Ik weet wel dat het enorm veel indruk op me heeft gemaakt, want daarna heb ik alles gevolgd. Pas na een paar dagen zagen we bij iemand anders beelden op televisie uit Dallas. Nog niet van de moord zelf, dat kwam pas jaren later. Maar ik herinner me nog dat ik de beelden bij het raam in het schoolboekenmagazijn van waaruit Oswald zou hebben geschoten heel indrukwekkend vond. Dat liet me niet meer los. Later heb ik er ook heel veel boeken over gelezen. Ook al toen ik nog tiener was.”

“Jaren later, in 1992, kwam de moord op Kennedy even heel dichtbij toen ik met EBBC voor een Europa Cup-wedstrijd in het Russische Samara was. Dat heette voor de omwenteling Kuybishev. Onze Russische begeleider vertelde dat Lee Harvey Oswald bij zijn vlucht naar Rusland begin jaren zestig enige weken op het KGB-kantoor in Kuybishev was verhoord. Hij was een soort dubbelspion, maar mocht zich zomaar in Rusland vestigen en later weer zonder pardon terugkeren naar de VS. Samara was door de aanwezigheid van een grote raketbasis lange tijd verboden gebied voor Westerlingen. Wij waren met EBBC toen volgens die begeleider sinds Oswald de eerste Westerlingen in Samara, 1500 kilometer ten zuidoosten van Moskou. Een vreemde gewaarwording.”

“De moord op Kennedy was een complot. Ik ben er heilig van overtuigd. Als je er meer over leest en uitzoekt, kom je al snel tot de conclusie dat er teveel aanwijzingen zijn, dat Oswald dit in elk geval nooit alleen gedaan kan hebben.”

Oswald: ‘I am just a patsy’
De eerste dagen na de moord op Kennedy vervloekte ik Oswald. Achteraf schaam ik me voor het triomfantelijke gevoel toen de krant wist te melden, dat ook de ‘dader’ was doodgeschoten. In latere jaren bleef de interesse voor ‘Kennedy’ groot. Vermoedelijk, omdat het mijn vroegste grote emotionele herinnering is. Ik verslond boeken, documentaires en films. Al die informatie overtuigde mij er meer en meer van, dat Oswald, zoals hij zelf riep, een ‘patsy’ (zondebok) was. Er zijn teveel tegenstrijdigheden in het officiële onderzoek en teveel aanwijzingen voor meer dan één schutter. Van dat gevoel kan niemand mij afhelpen.

Wat al helemaal vast staat, is dat er op 22 november 1963 ook in een provinciestad als Den Bosch een schok door de samenleving ging. Het was geen puur Amerikaanse gebeurtenis, maar wereldnieuws met impact voor iedereen. De Amerikaanse president van dat moment was populairder dan je je nu met al het anti-Amerikanisme in Europa ooit kan voorstellen. Maar ook de gebrekkige communicatielijnen op 22 november zullen een rol spelen bij de creatie van de mythe, die vast en zeker ook tot in de 22e eeuw overeind blijft.

Tekst: Frank van Geloven